Google Analytics

zaterdag 11 oktober 2014

Autist (1)

Hij is keurig opgevoed, dus daar ligt het niet aan. Hij spreekt altijd met twee woorden, weet hoe het hoort en ziet er ook keurig uit. Zijn ouders waren trots op hem. De ouders hadden alles onder controle, en hij ook.
In de puberteit kwamen de seksuele impulsen. Eerst ging het nog wel, maar ze werden steeds sterker. En die kreeg hij niet onder controle. Het paste niet bij zijn ouders om er over te praten, ze schaamden zich en wisten niet hoe hem te benaderen. Hij kreeg de impulsen niet onder de knie en werd steeds vaker masturberend aangetroffen, door zijn ouders. Ook de school begon te klagen. En hoe ouder hij werd, hoe erger het werd. Er moesten sloten op de deur, binnenshuis, want zijn zusje liep nu gevaar, en zijn moeder. Maar het paste de ouders niet er over te praten.
Toen de politie voor de deur stond kwam hun ergste nachtmerrie uit. Hij had een willekeurige vrouw overrompeld maar omdat hij beleefd was had hij zich eerst aan haar voorgesteld, met voor- en achternaam. Met de broek op de knieën en met erectie. Dus de politie had er niet veel werk aan.

Wij zien dat hij autistisch is, en dat hij inderdaad zijn seksuele impulsen niet kan beheersen. Wel blijft hij beleefd, maar hij mag niet meer naar de tuin want daar viel hij de dieren lastig, en medepatiënten, en personeel. Al snel krijgt hij alleen mannelijke begeleiders, want hij weet zich niet te verhouden tot vrouwen. Hij moet delen van de dag op kamer blijven, en masturbeert tot bloedens toe. Er dreigt schade aan zijn penis te ontstaan, en eeltvorming.
Hij wil geen medicatie tegen de aandrift, maar hij moet van ons. Hij is er bang voor want hij weet niet wie hij is, zonder seksuele impulsen. Wij ook niet, maar zo kan het niet langer.
Die medicijnen hebben even hun tijd nodig. Maar na twee weken neemt de aandrift fors af en na drie weken mag hij weer op de afdeling. Nog twee weken later mag hij weer naar de tuin.
Er gaat een wereld open voor hem, en hij is daar zelf het meest verbaasd over. Een erectie kan hij niet meer krijgen en de gedachten aan seks nemen af. Hij gaat knutselen en met radio's aan de slag, blijkt een vaardig tuinier en maakt ontwerpen voor de nieuwbouw op de tuin. En hij begint met de behandeling, daar heeft hij nu de ruimte voor.
Drie jaar later heeft hij een vriendin. Een aardig meisje maar ze wil niets van seks weten, daar heeft ze in haar jonge leven al genoeg van gehad, en niet op een manier waardoor je later meer wil. Dus nu lopen ze samen, een ernstig seksueel getraumatiseerde jonge vrouw en een ernstig seksueel gepreoccupeerde jongeman. Hij kan niet, dus hij is veilig voor haar; zij wil niet, dus zij is veilig voor hem.
Een dergelijk merkwaardig evenwicht hebben wij niet eerder gezien. De angst voor seks loopt gearmd met een explosie van seks. Gedetailleerd hebben wij, met haar hulp, hen beiden voorgeschreven wat wel mag en wat niet. Gearmd lopen mag, hand-in-hand ook. Een kus op de wang mag, een kus op de mond niet (wil zij niet). Een hand op haar rug mag, een hand op haar buik - of hoger - niet (wil zij niet). Zij op zijn schoot mag, hij op haar schoot niet (trauma!). En zo schrijven we op wat wel en niet mag, en soms vullen we dat aan, soms wijzigen we iets.
..........

Wordt vervolgd met autist 2

zaterdag 4 oktober 2014

Bus

Hij kijkt heel sip, na mijn boodschap. Weer is het anders uitgepakt dan hij bedoelde, en weer komt hij fout uit. Hij snapt er niets van.
Gisteravond nog was hij heel blij. Hij mag van ons met de bus naar zijn werk, want zo ver is hij al. En gisteravond kwam hij ons vertellen dat hij een vriendin heeft. Die heeft hij ontmoet in de bus. En omdat hij weet dat wij de mensen met wie hij regelmatig omgaat willen leren kennen heeft hij haar gelijk maar verteld dat hij bij ons woont. En waarom hij bij ons woont. Hij heeft haar ons telefoonnummer gegeven, want dat moet van ons. In zijn enthousiasme is hij vergeten haar telefoonnummer te vragen en hij weet ook alleen maar haar voornaam. Maar dat geeft niet, zegt hij, want zij zal ons bellen en zeggen dat ze zijn vriendin is.
Inderdaad wordt er die ochtend gebeld, maar niet door haar. Door haar moeder. En moeder vertelt ons niet dat haar dochter een vriend heeft die bij ons woont. Moeder vráágt ons iets, namelijk of wij onze engerds voortaan binnen willen houden.
Het blijkt dat hij in de bus inderdaad enthousiast over zichzelf heeft verteld, over waar hij nu verblijft, aan welke stoornis hij lijdt en welke delicten hij heeft gepleegd. En we hadden nog wel zo met hem geoefend, over hoe hij onbekende mensen moest benaderen en dat hij in zo'n eerste gesprek het maar wat oppervlakkig moet houden. Pas later, en met hulp van ons, vertellen we dan heel voorzichtig iets meer. Dat weet hij wel, maar hij was het in zijn enthousiasme vergeten.
En nu zit er veel werk voor ons aan. Wij moeten naar moeder en dochter om te achterhalen of ze erg aangedaan zijn - en om te vragen of hij nog wel met dezelfde bus kan reizen. De dochter beperkt zich tot veel gegiechel en tot woorden als 'gek' en 'pedo'. Niet dat hij een pedofiel is, maar we leren dat de busgenoten van de dochter ál onze patiënten gemakshalve 'pedo' noemen. Begrijpelijk dus dat moeder bezwaar heeft, en blijft hebben, ook als we uitgelegd hebben dat hij geen 'pedo' is. Wel vindt ze het goed dat er de komende week een begeleider met hem meereist, in de bus.
Maar de begeleider ziet al snel dat dit geen goed idee is. De bus wordt nagenoeg geheel bevolkt door schoolgenoten van de bijna-vriendin, en die blijken allemaal tot in detail op de hoogte te zijn. Op de wijze waarop schoolgaande jeugd dat nog heel goed kan wordt hij ontvangen in de bus, een ontvangst die vooral bestaat uit de te luid gefluisterde woorden 'gek' en 'pedo'. En twee dagen later belt de school zelf. De gehele school blijkt geïnformeerd over hem en omdat zijn verhaal zelf kennelijk te dun werd bevonden zijn er in die korte tijd veel details aan zijn verhaal toegevoegd. Die details doen zelfs ons rillen en zijn ook onjuist - ze moeten wel ontsproten zijn aan een zich vervelend puberbrein - maar er is geen houden meer aan.
Nu moet hij een bus vroeger. Daar zit geen schooljeugd in, maar mensen die vroeg aan hun fabrieksarbeid beginnen. Die hebben nog geen zin in een praatje, die slapen nog wat in de bus. Hij vindt het niet een leuke bus, vandaar dat hij sip is. En hij mag van ons met niemand praten in de bus, niet anders dan 'goedemorgen'.
Maar hij is niet lang sip. Al na twee dagen meldt hij ons dat er een jongedame in de bus zit die veel naar hem glimlacht - hij weet het zeker: ze vindt hem leuk.
Dus we oefenen maar weer met hem, over hoe je een kletspraatje houdt. En we houden ons hart vast, want we hebben niet meer bussen.

zondag 11 mei 2014

Seks (3)

Het is niet van alle tijden, en ook niet van alle culturen. Maar het komt wel overal voor: de angst voor seks. In verrassend veel landen is geoordeeld dat als je seks gewoon aan de mensen overlaat, het een janboel wordt. Vandaar dat er stevig werd en wordt ingegrepen, zowel door overheidsinstanties als door religieuze groeperingen. Die schreven en schrijven graag voor wanneer seks mag - onderstaand schema vat het even samen. De bedoeling is immers niet dat u er plezier aan beleeft, daarvoor is de zaak te ernstig.




Het nadeel van regels en voorschriften is dat mensen staan te popelen om deze te overtreden. De seksuele drift is domweg te sterk - of u het nu goed vindt of niet, mensen doen toch aan seks. Dan helpt het om seks angstaanjagend te maken: je kunt er dood aan gaan. Het Amerikaanse leger was er goed in, in angst opwekken. Onderstaande plaatjes zijn van voor het Aids-tijdperk. In die tijd waren vrouwen nog gevaarlijk, in dit geval prostituees. Een leger heeft niets aan zieke soldaten, dus werd met stoere taal - het leger, nietwaar - duidelijk gemaakt dat een echte vent gemakkelijk de verleiding weet




Kennelijk viel het niet mee om een echte vent te zijn. Al binnen een paar jaar ging het Amerikaanse leger over op het verstrekken van voorbehoedsmiddelen, hetgeen ook meer recht doet aan de testosteronbom die het Amerikaanse leger vormt.



Het leger maakt vooruitgang: seks is niet te stoppen, ontdekten ze, dus had iedere marineboot medisch gekwalificeerd personeel aan boord met als specialisme geslachtsziekten. Ná iedere haven werd iedere matroos verplicht onderzocht - officieren uiteraard niet, die doen niet aan seks.
Het idee dat mannen onderling aan seks doen op zo'n boot moest nog uitgevonden worden. Dus pas veel later bleek dat het leger ook mannen te vrezen had. Maar in die tijd waren ze vooral bang voor vrouwen - het hele leger had vrouwenangst.
Ten strijde dus tegen een mannenleger én de vrouwelijke seksualiteit. Maar van die tweede win je niet, nooit.






maandag 5 mei 2014

Alcohol (1)

De rapporten geven aan dat hij op zijn 8e al alcohol dronk. Op zijn 18e waren dat 65 blikjes bier, per dag - vanaf zijn 23e aangevuld met sterke drank. En op zijn 28e sloeg hij een vrouw dood. Hij heeft geen flauw idee waarom maar begrijpt het als het trieste dieptepunt in een triest leven.
Je vraagt je veel af als je zijn verhaal leest. Ik vraag mij af waar de volwassenen zijn, in zijn leven. Hij vertelt het mij. Zijn vader kent hij niet, vermoedelijk een zeeman; moeder is prostituee. Kinderen passen niet in haar leven, toch heeft hij nog een jongere broer. Waar die is weet hij niet. En er waren ooms en tantes, bij één oom en tante heeft hij nog in huis gewoond, tot moeder hem daar weghaalde. Hij ging school en heeft nog twee jaar LTS gedaan en daarna even gewerkt, in een magazijn. Dan een uitkering en een kamer.
Drank, daar draait zijn leven om. Als hij wakker werd opende hij, na zijn ogen, een blikje bier. Pas na een paar slokjes ging hij plassen. Zijn leven staat in het teken van het krijgen van drank. Hij deed er alles voor: liegen, stelen, roven - en uiteindelijk iemand doodslaan, omdat ze geen geld had. De volstrekte zinloosheid hiervan is hem duidelijk, hij snapt het ook niet.
Hij is pas 32, maar beschouwt zijn leven als volstrekt mislukt en totaal overbodig. Hij heeft nooit iets verricht, nooit iets gepresteerd - er is niemand die blij van hem wordt, niemand die hem mist, niemand die op hem wacht. Hij kent niemand, hij noemt zichzelf niemand. Letterlijk: "ik ben een niemand". Hij is zich zeer sterk van zichzelf bewust, en nog sterker van zijn eigen nietigheid. Maar het sterkst van zijn eigen overbodigheid. Hij is niet dom, hij doorziet dingen snel maar de lust tot leven ontbreekt. Hij sjokt op oude slippers in kleren die de kringloop nog niet wil hebben, altijd wat gebukt. Hij ging al gebukt onder zichzelf, en nu nog meer door zijn delict. Hij is diep doordrongen van wat hij heeft gedaan.
Zelden hebben wij iemand gezien die zó verwaarloosd is geweest.
Wij bieden hem aan er iets van te gaan maken, te gaan kijken of zijn leven nog wat kan worden. Wij bieden hem behandeling aan. Hij kijkt er van op - hij kent geen mensen die tijd en energie in hem willen investeren. Hij vraagt bedenktijd. Hij vraagt twee weken bedenktijd, en daarna nog eens twee weken. In die tijd vertellen wij hem over behandeling, over hoe dat er uit zou kunnen zien. En wij laten hem onze arbeidstherapie-afdelingen zien, en de afdeling trainingen en therapieën. En over hoe wij hem kunnen helpen zijn toekomst vorm te geven.
En na zijn bedenktijd zegt hij 'ja'. En hij begint. Maar we hebben een eind te gaan met hem, een verdomd lang eind ....